Vorige week was in het nieuws dat uit het internationale PISA onderzoek opnieuw blijkt dat de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen verder is gedaald. Terwijl ik berichten hierover zat te lezen op LinkedIn liet mijn dochter me haar taalportret lezen, dat ze voor Nederlands in VWO 6 moest schrijven. Omdat ik genoot van haar verhaal en het misschien andere 'opa's' en andere 'Joannes' kan inspireren, heb ik haar gevraagd als gastschrijfster op mijn blog.
Een taalportret van en door Joanne
Ik ben begonnen als een taalhater.
Toen ik acht jaar was,
werd ik getest. Uit deze test bleek dat ik tot de meest dyslectische 10 procent van Nederland behoorde [red: binnen de laagste 10% van de normgroep scoorde qua lezen en spelling]. Het duurde een oneindigheid en koste vele
frustratie, voor mijn b eindelijk altijd een b was en geen d. Nog steeds weet
ik niet of je lieverd met een d of met een t spelt.
Lezen ging met een slakkentempo. Voorlezen in de klas is nog
steeds een hel. Irregular verbs stampen tot tranen toe en nog een vier halen.
Ik had het er zwaar mee.
Maar als mijn opa oppaste, werd, tijdens het spelen, boek na boek voorgelezen.
Uren bracht ik door met koptelefoon op in andere werelden. Met een dyslexieverklaring had ik toegang tot eindeloos veel gratis luisterboeken.
De liefde voor verhalen was er.
Er kwam een moment waarop ik zo’n fan van een boekenserie
was dat ik het boek ervan kocht. Gewoon om hem op de plank te zetten, omdat het
leuk staat. Tenminste dat was het idee.
Er werden meer boeken gekocht en uiteindelijk pakte ik er
zelfs eentje op om hem te lezen. Nog steeds heel traag, maar er werd wel
gelezen. Zo hebben luisterboeken ondanks alles toch nog liefde voor lezen bij
me opgewekt.
Nu houd ik van boeken lezen, ook al ben ik nog steeds een
langzame lezer.
Hetzelfde gold ook voor talen leren op de middelbare school;
Frans, Duits en Engels. Die woordjes automatiseren duurt eindeloos, en vooral
die spelling… Maar ergens vond ik het ook wel leuk en kon ik het ook wel. Er
moest alleen een hoop tijd in gestoken worden.
Met het leren van nieuwe talen, gaat een hele wereld voor je open, aan woorden, cultuur, gevoel, nuance en betekenis. Het is hartstikke leuk om, wanneer je op vakantie bent, in Frankrijk een bord te kunnen lezen of mensen te verstaan. Ik geniet altijd ontzettend wanneer ik met mijn Britse familie kan praten over van alles en nog wat met mijn acceptabele Engels en hun steenkolen Nederlands.
Met de paar woordjes oud-Grieks die ik ken, kan aan van
alles zo veel meer diepte gegeven worden. Zoveel in onze taal en andere moderne
talen vindt daarin zijn oorsprong.
Wanneer ik in Taizé ben, geeft het zingen in allerlei vreemde
talen zo’n verbonden gevoel. De teksten zoals die daar worden gezongen in het
Latijn, Duits, Engels en Spaans kan ik daar deels volgen. Elke andere taal
kan zulke andere nuances leggen die je in het Nederlands nooit zult kunnen
krijgen, waar dat andersom vast ook zo is. Soms kan je zo door een tekst
geraakt worden, zonder dat je weet wat het precies is in de woorden.
Zo ben ik ondanks alles toch nog een beetje een
taalliefhebber geworden, maar gooi me niet dood met dictees, en klassikaal
voorlezen, want daar word ik nog steeds niet vrolijk van.