Geloven is altijd belangrijk voor mij geweest. Tussen de regels door heb je dat op deze blog misschien al gemerkt. Deze post gaat over mijn worsteling met geloven. Of je nu christen ben of geen christen, gelovig of niet gelovig … we leven allemaal met ‘grote vragen’. Ik ben benieuwd wat jij ervan herkent.
Ik groeide op in een gelovig gezin als een serieus gelovig meisje. Maar toch… al heel jong dacht ik dat ik ‘niet goed geloofde’. En dat was een probleem. Want juist dat ‘geloof’ was belangrijk. Alleen door geloof ‘werd je gered’, leerde ik. Al heel jong werd ik daarom bang. Bang dat het met mij niet goed zou aflopen.
Hoeveel ik ook leerde over ‘Gods liefde’, diep van binnen
bleef ik bang.
Toen ik als tiener ook werd gepest in de kerk, werd het nog
ingewikkelder. Hoe kon het dat ik in de kerk, op de plek waar het over Liefde zou
moeten gaan, juist meekreeg dat ik ‘niet oké was’?
Nu is geloven nog steeds belangrijk voor mij. Ik wil een
leerling van Jezus zijn. Ik ben mateloos onder de indruk van Jezus. Hij die
laat zien wie God is…. die baby werd, ….
die juist omging met mensen aan de rand… die besmettelijke mensen aanraakte, …die
doodsbang was…. die op de meest schaamtevolle manier stierf … die sterker was
dan angst en dood.
Maar ik worstel met geloven. Ik twijfel…denk soms: 'straks is
het allemaal niet waar'… de situatie in
de wereld overweldigt me, ik zoek…. maar ben God regelmatig kwijt (om Hem dan ook
weer op onverwachte plekken tegen te komen). En in de kerk word ik vaak
ontregelt door alle prikkels. Vaak vraag ik me vertwijfeld af waarom ik niet
goed mee kan komen. Waarom werkt dit voor al die andere mensen en klopt het
niet met mijn binnenwereld? Is het inderdaad zo dat ik ‘niet goed geloof’?
Samen met mijn psycholoog (die zelf geen christen is
trouwens), ontdek ik dat veel dingen waar ik in de kerk tegenaan loop eigenlijk
heel normaal zijn voor iemand met autisme. Ik ben gevoelig. Mijn gedachten
blijven vaak onrustig tot alles klopt (maar geloof is juist niet ‘kloppend’ te
krijgen). De teksten die ik vaak letterlijk neem, komen lang niet altijd niet
overeen met mijn binnenwereld en de (mooie) muziek komt soms zo intens binnen
dat het bijna pijn doet.
Langzaam maar zeker leer ik dat dit allemaal niet betekent
dat ik ‘niet geloof’ of ‘minder goed geloof’. Op mijn manier ben ik juist
altijd hartstochtelijk op zoek naar God.
Ontroert ontdek ik steeds meer dat er bij God alle ruimte is
voor mijn vragen en ook voor mijn ongeloof en donkere gedachten.
Ik denk anders, ik voel anders, ik geloof anders en dat is oké! Het is niet alleen oké, het is ook juist
interessant en belangrijk. Want God maakte geen ‘normale mensen’ en ‘abnormale
mensen’. God maakte bijvoorbeeld niet zoiets als een ‘normale etniciteit'. God maakte
ook geen ‘normaal neurotype'. God maakte een immens grote variëteit in mensen
en Hij zag dat het goed was. En juist al die ervaringen van al die verschillend
mensen leren ons wat het betekent om ‘mens’ te zijn.
Een paar weken geleden organiseerde ik, samen met Carin, een
autistische vriendin en kerkgenoot, een ontmoetingsavond over neurodivergent
geloven bij ons in de kerk. De voorbereidingen, de avond zelf en alle reacties
die we hebben gekregen, hebben mij verrast. Ik ben niet alleen in mijn
zoektocht! Het heeft mij zelf erg geholpen
om persoonlijk te groeien in vertrouwen dat mijn manier van geloven voor God
geen probleem is. Hij weet precies hoe ik in elkaar zit. Ik mag in vrijheid
mijn weg zoeken. Ik ben niet lastig voor de kerk, maar juist waardevol.
De vele en diverse reacties motiveren Carin en mij om verder
te gaan met dit onderwerp. De kerk heeft neurodivergente mensen nodig. Het
motiveert ons om bij te dragen aan een kerk waar juist mensen die 'anders zijn'
(om wat voor reden dan ook) er helemaal bij horen. Waar juist mensen die
‘anders geloven’ voluit een plek hebben.