Dit weekend was ik twee dagen zeilen op de Grevelingen met
mijn broer, schoonzus en zus. Het weekend heeft mij goed gedaan. Niet alleen
omdat het gewoon heerlijk was om met hen samen te zijn en samen te genieten van
de elementen. Maar ook omdat ik bij hen gewoon bang mocht zijn.
Ik ben wel vaker bang. In de skilift bijvoorbeeld. Altijd
heb ik dan ook een stem in mijn hoofd die zegt ‘kom op, doe niet zo moeilijk,
niet zo stressen, stel je niet zo aan’. Door die onaardige stem druk ik de
angst vaak weg en word ik heel gespannen.
Vroeger, als kind was ik ook vaak bang, waarschijnlijk omdat
door mijn autisme de wereld me overweldigde. ‘Je hoeft niet bang te zijn’
zongen mijn ouders voor mij. Maar ik was wel bang! Ik ging mijn angst wegduwen
en beredeneerde dat het niet nodig was om bang te zijn…tot ik het niet meer
voelde, maar het er nog wel was.
Dit weekend ging het anders! Van tevoren was ik heel
gestresst. Ik had me daarom voorgenomen om eerlijk te zijn over wat ik voelde.
Gevoelens niet weg te duwen.
Aangemoedigd door een goed gesprek in de auto met mijn
broer, waar ik alvast een paar van mijn angsten op tafel had gelegd, zei ik het
in de zeilboot steeds als ik het eng vond: ‘Ik ben bang voor scheef gaan,
omslaan, ik ben bang voor andere boten, bang om het fout te doen als ik zelf
zeil…. ik ga gillen hoor…..’
De eerste dag voel ik me overweldigd door alles wat ik niet
overzie buiten en in de boot. We varen eerst alleen op de fok. We hijsen pas
het groot zeil, als ik eraan toe ben. En ik voel dat het eigenlijk veel
stabieler en fijner voelt als je beide zeilen gebruikt. Langzaam ga ik steeds
meer genieten en komt er meer ruimte in mijn hoofd om alles in me op te nemen.
Ik geniet van de elementen, ook van de regen en de kou die
door mijn zeilbroek, motorjas, muts en kol goed buiten blijven.
De tweede dag is het rustiger, zonniger weer. Ik ontspan
steeds meer. ‘Wil jij de boot wegvaren?’ vraagt mijn broer op de tweede dag na
een mooie wandeling en lunch op Stampersplaat. ‘Nee, dat durf ik niet’ is mijn
voorspelbare reactie.
‘Weet je het zeker?’ Voor een klein raampje bij mijn voeten
zit mijn schoonzus. Ze wordt net wakker na haar middagslaapje.
‘Ja, die boot is veel te groot? Ik weet niet hoe de motor
werkt?’
‘Wat heb je nodig om het wel te durven?’
‘Een hele goede vraag van haar. Wat heb ik eigenlijk nodig?’
‘Als je de hele tijd dichtbij me blijft’
‘Prima, gaan we doen’
Ze komt uit de kajuit naar buiten en samen maken we een plan
hoe we het gaan aanpakken, we knippen het wegvaren op in stukjes. Ze leert me
hoe de motor werkt, laat me voelen hoeveel kracht de motor heeft. Dat ik hem al
heel zachtjes aan kan zetten voordat we de boot los maken.
En met haar naast me vaar ik de boot het meer op. Het lukt
gewoon!
Daarna volgt er alsnog wat chaos en stress als ik bij het
zeilen hijsen bang ben voor een andere zeilboot dichtbij. Maar dat gaat voorbij
en samen met mijn broer evalueren we het proces. Super leerzaam.
En na een tijdje zit ik lekker te genieten aan de helmstok.
In de auto terug concludeer ik verbaasd: Ik heb het weekend
heel vaak gezegd: ‘ik vind het eng’. En geen één keer heb ik gevoeld dat het
stom was, dat ik me aanstelde, dat het er niet mocht zijn. Ik voel me dankbaar
voor de goede leerervaring. Voor de goede vraag ‘wat heb je nodig om het wel te
durven’. Dankbaar voor de ruimte die ik kreeg om bang te zijn en dankbaar voor
de ervaring dat als ik de angst de ruimte geef, er daarnaast ook ruimte
ontstaat om te genieten.
Dank je wel ‘dat je de hele tijd dichtbij me blijft’
half september 2025 schreef ik dit verhaal ter ere van mijn schoonzus, vandaag is het verschenen in de november nieuwsbrief van iQ Coaches, de organisatie waar mijn coach aan verbonden is.